Hoezo huiswerk plannen?

Veel leerlingen denken dat plannen te maken heeft met het opschrijven van huiswerk in een agenda. Vaak kijken ze een dag van tevoren in magister of hun agenda en kijken welk huiswerk de volgende dag af moet zijn. Maar plannen is veel meer!

Veel huiswerk wordt vaak op het laatste moment gedaan. Als een opdracht dan onverwacht meer tijd kost dan gepland of als je een paar dagen ziekt bent geweest, neemt de druk toe.

Daar komt docenten bij dat niet altijd op de hoogte zijn van de hoeveelheid huiswerk die collega’s opgeven. Dan kan het gebeuren dat je ‘ineens’ een aantal grotere opdrachten voor verschillende vakken hebt. Juist als meerder opdrachten tegelijk af moeten zijn én je de gewoonte hebt werk uit te stellen tot het laatste moment kom je in de problemen. Ook dan helpt een weekschema.

Ik hoor heel vaak dat leerlingen wel een planner maken, maar er zich niet aan kunnen houden. Als je de tips hieronder leest is het gemakkelijker om je planning vol te houden.

 

Zeven tips om te plannen én je hieraan te houden

 

1.     Hou een weekplanner bij waarop je huiswerk, opdrachten en leerwerk verzamelt en verdeelt. Deze kun je aanvragen bij ons.

 

2.     Pas de manier waarop je leert aan bij de inhoud.  Voor geschiedenis is het bijvoorbeeld nuttiger als je feiten vaker leest en herhaalt. Voor wiskunde is herhalen door het oefenen van sommen juist veel belangrijker.

 

3.     Herhaal. De voorbereiding op een toets wordt door veel leerlingen als dezelfde manier gedaan als het maken van huiswerk. Veel jongeren wachten tot vlak voor de toets voor ze beginnen te studeren, terwijl bij studeren voor toetsen juist regelmatige herhaling van belang is. Door herhaling komt lesstof in het  lange-termijn geheugen. Met behulp van opeenvolgende weekschema’s kunnen jongeren voor een periode vak enkele weken een studieplanning maken

 

4.     Neem een bewuste beslissing:  “Ik neem me voor om het komende half uur al mijn aandacht op geschiedenis te richten.” Als je aan geschiedenis begint terwijl je gedachten over het komende weekend in je hoofd zitten, zul je minder bereiken dan wanneer je je helemaal op je taak concentreert. Daarom kan nuttig zijn om het hoofd ‘leeg’ te maken en bewust te benoemen over wat je de komende tijd wil gaan doen. (‘Ik werk het komende half uur met al mijn aandacht aan geschiedenis en neem de lesstof snel en makkelijk op’.)

 

5.     Stel een eindtijd. Dit zorgt ervoor dat je vooraf gaat inschatten hoe lang je moeite moeten doen. Als een taak binnen die tijd niet af is, plan je een nieuwe tijdsindeling om je taak af te ronden. Juist als je te lang blijven doorwerken aan een taak die je lastig vindt  ‘om het maar af te krijgen, daalt de motivatie sterk. Bewust plannen betekent ook dat je je mobiel weg legt en andere afleidingen vermijdt.

 

6.     Wissel af. Bij het maken van een weekplanning is het nuttig om af te wisselen tussen:

-        Rust en activiteit

-        Gemakkelijker en moeilijke taken

-        Leuke en saaie opdrachten

Voor veel mensen werkt het goed om opdrachten die je leuk vindt te bewaren tot het laatst, als een beloning. Maar het kan soms ook goed werken om juist met iets leuks te beginnen om aan de slag te komen. Dat kun je voor jezelf uitzoeken: In welke situatie werkt wat voor mij?

7.     Plan rustmomenten in. Dit helpt om de concentratie langer vast te houden. Maar het werkt alleen als je er op de juiste manier gebruik van maakt. Meestal heeft het weinig zin om meer dan tien minuten rust te nemen. Dan is de drempel om weer aan de slag te komen groter. Als je moeite hebt om de discipline op te brengen om weer aan de slag te gaan kun je bijvoorbeeld een kookwekker zetten. Daarnaast kan het afvinken van gemaakte opdrachten op de weekplanner motiverend werken.

 

Meer weten over het werken met een weekplanner? Wij plannen dagelijks met leerlingen op hun weekplanner. Neem gerust contact met ons op voor een toelichting.